Spilindex overschreden in februari 2022

Terug naar het overzicht
Datum: 03/18/2022
Auteur(s): Aanje Kints

Na de indexoverschrijding van december 2021 noteren we in februari 2022 alweer een mijlpaal: voor de vierde keer in twee jaar tijd moeten de lonen en wedden bijgestuurd worden, evenals de sociale uitkeringen.

 

1. Inleiding

De spilindex werd overschreden in februari 2022, wat dus betekent dat de sociale uitkeringen enerzijds en de lonen en wedden anderzijds een logisch duwtje in de rug krijgen. De sociale uitkeringen stijgen met 2% in de maand volgend op de overschrijding van de spilindex. Ook de lonen van de ambtenaren stijgen met 2% en dit twee maanden na het overschrijden van de spilindex.  

In deze bijdrage wordt een overzicht gegeven van de nieuwe bedragen inzake vergoedingen en lonen.

 

2. De nieuwe index

De vorige overschrijding van de spilindex dateert van december 2021. Amper twee maanden later is er nu dus opnieuw een sprong te noteren waardoor de sociale uitkeringen met 2 % verhogen vanaf 1 maart 2022 en de lonen van de ambtenaren met 2% worden geïndexeerd vanaf 1 april 2022.

Voor de lonen van de ambtenaren houdt dit concreet in dat de multiplicatorfactor verhoogt naar 1,8476. Dit is het getal waarmee de lonen van de ambtenaren aan 100% moeten worden verhoogd vanaf 1 april 2022.

 

3. Verhogingen lonen en wedden en diverse vergoedingen - VANAF 1 april 2022

3.1.     Lonen en wedden

Alle lonen en wedden toegekend voor prestaties geleverd vanaf de maand april 2022 worden met 2 % verhoogd.

 

3.2.     Permanentietoelage

De rechtspositieregeling kan voorzien in een toelage voor personeelsleden die een wachtdienst ten huize moeten verzekeren of bereikbaar moeten blijven voor mogelijke verzoeken tot interventie.

De toelage voor wachtdienst ten huize is vastgelegd op 2,01 euro. Vanaf 1 april 2022 bedraagt deze vergoeding 3,71 euro.

 

3.3.     Gevarentoelage

De vergoeding en de berekeningswijze ervan verschilt naargelang de werknemer occasioneel dan wel permanent gevaarlijk, ongezond of hinderlijk werk uitvoert.

Oefent een personeelslid occasioneel gevaarlijk, ongezond of hinderlijk werk uit, dan volgt de gevarentoelage vanaf 1 april 2022 onderstaande logica.

Aantal uren gevaarlijk, ongezond of hinderlijk werk gedurende één maand / bedrag gevarentoelage per uur

* Minder dan 7 uur => 2,03 euro (in plaats van 1,99)

* Van 7 tot 25 uur =>  2,22 euro (in plaats van 2,17)

* Meer dan 25 uren => 2,31 euro (in plaats van 2,26)

Oefent een personeelslid permanent gevaarlijk, ongezond of hinderlijk werk uit, dan komt het personeelslid in aanmerking voor een jaartoelage.

Vanaf 1 april 2022 bedraagt deze 2 697,50 euro per jaar.

 

3.4. Vergoeding voor nacht- en weekendprestaties van het verplegend en verzorgend personeel

Voor elk uur nachtprestatie ontvangt het verplegend en verzorgend personeel een vergoeding van 3,7837 euro.

Voor elk uur gepresteerd op een zaterdag, een zondag of een feestdag heeft het verplegend en verzorgend personeel recht op een vergoeding van 1,8668 euro.

 

3.5. Presentiegelden voor de raadsleden

De raad bepaalt zelf de hoogte van het presentiegeld voor de raadsleden zelf. Er dient wel rekening gehouden te worden met de grenzen die opgenomen zijn in het Besluit van de Vlaamse Regering van 6 juli 2018 houdende het statuut van de lokale mandataris legt die grenzen vast. Het presentiegeld bedraagt minimaal 28,57 euro en maximaal 124,98 euro tegen 100% (gekoppeld aan spilindex 138,01).

Lokale besturen die voorzien dat het bedrag van de presentiegelden gekoppeld wordt aan de index der consumptieprijzen worden vanaf 1 april 2022 met volgende grenzen geconfronteerd, nl.:

  • Minimumvergoeding raadslid: 52,79 euro
  • Maximumvergoeding raadslid: 230,91 euro
  • Maximumvergoeding voorzitter gemeenteraad: 461,83 euro

 

3.6. Thuiswerkvergoeding

De thuiswerkvergoeding die sinds 1 oktober 2021 gepind stond op 132,07 euro per maand (maximum voor de fiscus als niet-belastbare terugbetaling van onkosten voor thuiswerk, op basis van de richtlijnen van de RSZ) en vanaf 1 februari 2022 134,71 euro bedroeg, evolueert in principe mee verder naar 137,40 euro vanaf 1 april 2022 (onder voorbehoud van definitief bedrag te communiceren door de RSZ).

Nieuwsarchief