Overzicht aanpassingen na overschrijding spilindex en overige cijferevoluties voor 2022

Terug naar het overzicht
Datum: 01/07/2022
Auteur(s): VIEWZ redactie

Het gaat in nog steeds in stijgende lijn met de spilindex: voor de derde keer in 2 jaar is er een overschrijding. Na de recente aanpassing naar aanleiding van de evolutie in augustus, was het in december opnieuw prijs zodat andermaal de lonen, toelagen en sociale uitkeringen een duwtje in de rug krijgen. De sociale uitkeringen stijgen met 2%. Ook de lonen van de ambtenaren stijgen met 2% en dit 2 maanden na het overschrijden van de spilindex. In dit nieuwsitem overlopen we alle aanpasingen: salarissen, toelagen, presentiegelden, uitkeringen, vrijwilligersvergoedingen... met inbegrip van de overige aanpassingen die samenvallen met de jaarwissel.

1. Inleiding

Het gaat in nog steeds in stijgende lijn met de spilindex: voor de derde keer in 2 jaar is er een overschrijding. Na de recente aanpassing naar aanleiding van de evolutie in augustus, was het in december opnieuw prijs zodat andermaal de lonen, toelagen en sociale uitkeringen een duwtje in de rug krijgen. De sociale uitkeringen stijgen met 2% in de maand volgend op de overschrijding van de spilindex. Ook de lonen van de ambtenaren stijgen met 2% en dit 2 maanden na het overschrijden van de spilindex. Hieronder overlopen we alle aanpasingen: salarissen, toelagen, presentiegelden, uitkeringen, vrijwilligersvergoedingen... met inbegrip van de overige aanpassingen die samenvallen met de jaarwissel.

 

2. De nieuwe index

De vorige overschrijding van de spilindex had plaats in augustus 2020. In december 2021 is de spilindex opnieuw overschreden. Hierdoor worden de sociale uitkeringen met 2 % verhoogd vanaf 1 januari 2022 en de lonen van de ambtenaren worden met 2% geïndexeerd vanaf 1 februari 2022.

Voor de lonen van de ambtenaren houdt dit in dat de multiplicatorfactor verhoogt naar 1,8114. Dit is het getal waarmee de lonen van de ambtenaren aan 100% moeten worden verhoogd vanaf 1 februari 2022.

 

 

3. Verhogingen lonen en wedden en diverse vergoedingen - VANAF 1 FEBRUARI 2022

 

3.1.     Lonen en wedden

Alle lonen en wedden toegekend voor prestaties geleverd in de maand februari 2022 worden met 2 % verhoogd.

 

3.2.     Permanentietoelage

De rechtspositieregeling kan voorzien in een toelage voor personeelsleden die een wachtdienst ten huize moeten verzekeren of bereikbaar moeten blijven voor mogelijke verzoeken tot interventie.

De toelage voor wachtdienst ten huize is vastgelegd op 2,01 euro. Vanaf 1 februari 2022 bedraagt deze vergoeding 3,64 euro.

 

3.3.     Gevarentoelage

De vergoeding en de berekeningswijze ervan verschilt naargelang de werknemer occasioneel dan wel permanent gevaarlijk, ongezond of hinderlijk werk uitvoert.

Oefent een personeelslid occasioneel gevaarlijk, ongezond of hinderlijk werk uit, dan bedraagt de gevarentoelage vanaf 1 februari 2022.

Aantal uren gevaarlijk, ongezond of hinderlijk werk gedurende één maand / bedrag gevarentoelage per uur

* Minder dan 7 uur => 1,99 euro (in plaats van 1,95)

* Van 7 tot 25 uur =>  2,17 euro (in plaats van 2,13)

* Meer dan 25 uren => 2,26 euro (in plaats van 2,22)

Oefent een personeelslid permanent gevaarlijk, ongezond of hinderlijk werk uit, dan komt het personeelslid in aanmerking voor een jaartoelage.

Vanaf 1 februari 2022 bedraagt deze 2 644,50 euro per jaar.

 

3.4. Vergoeding voor nacht- en weekendprestaties van het verplegend en verzorgend personeel

Voor elk uur nachtprestatie ontvangt het verplegend en verzorgend personeel een vergoeding van 3,7096 euro.

Voor elk uur gepresteerd op een zaterdag, een zondag of een feestdag heeft het verplegend en verzorgend personeel recht op een vergoeding van 1,8301 euro.

 

3.5. Presentiegelden voor de raadsleden

De raad bepaalt zelf de hoogte van het presentiegeld voor de raadsleden zelf. Er dient wel rekening gehouden te worden met de grenzen die opgenomen zijn in het Besluit van de Vlaamse Regering van 6 juli 2018 houdende het statuut van de lokale mandataris legt die grenzen vast. Het presentiegeld bedraagt minimaal 28,57 euro en maximaal 124,98 euro tegen 100% (gekoppeld aan spilindex 138,01).

Lokale besturen die voorzien dat het bedrag van de presentiegelden gekoppeld wordt aan de index der consumptieprijzen worden vanaf 1 februari 2022 met volgende grenzen geconfronteerd, nl.:

  • Minimumvergoeding raadslid: 51,75 euro
  • Maximumvergoeding raadslid: 226,38 euro
  • Maximumvergoeding voorzitter gemeenteraad: 452,75 euro

4. Nieuwe schalen bedrijfsvoorheffing - VANAF 1 JANUARI 2022

Bron: Koninklijk Besluit van 9 december 2021 tot wijziging van het KB/WIB 92, op het stuk van de bedrijfsvoorheffing.

De rekenregels alsook de bedrijfsvoorheffingsschalen voor 2022 werden gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Deze regels en schalen zijn van toepassing op de bezoldigingen, pensioenen en overige beroepsinkomsten betaald of toegekend vanaf 1 januari 2022.

De bedrijfsvoorheffing op beroepsinkomsten is een verplichte inhouding op de werkelijke bruto-inkomsten, verminderd met de RSZ-bijdragen (bruto-inkomsten − RSZ = belastbaar inkomen). De werkgever is wettelijk verplicht op het belastbaar inkomen de bedrijfsvoorheffing in te houden en door te storten naar de schatkist. Een personeelslid kan eventueel wel vragen aan zijn werkgever een hoger bedrag in te houden dan wettelijk voorzien is, dit om te vermijden dat bij de jaarlijkse belastingafrekening te veel bijbetaald zou moeten worden. Hetzelfde kan bekomen worden via voorafbetalingen.

Er zijn 3 schalen van bedrijfsvoorheffing. In deze bijdrage behandelen we enkel schalen 1 en 2.

• schaal 1 voor alleenstaanden en gehuwde/wettelijk samenwonende tweeverdieners;

• schaal 2 voor gehuwde/wettelijk samenwonende éénverdieners.

• schaal 3 is van toepassing op niet-inwoners die niet gedurende het volledige belastbare tijdperk een tehuis in België hebben gehouden.

Voor een maandinkomen dat valt tussen twee opeenvolgende bedragen in de schalen, is de bedrijfsvoorheffing verschuldigd voor het laagste van deze bedragen.

 

4.1. Belastingverminderingen

In het kader van de bedrijfsvoorheffing worden een aantal verminderingen in rekening gebracht die verband houden met o.a. de familiale toestand van het personeelslid en de aard van zijn inkomen.

Vermindering voor kinderen ten laste

Een gehandicapt kind ten laste wordt voor twee kinderen ten laste gerekend.

 

Andere verminderingen ingevolge gezinssituatie

Vermindering met 22,00 euro voor een alleenstaande (behalve wanneer zijn inkomsten uit pensioenen of werkloosheidsuitkeringen met bedrijfstoeslag bestaan).

Vermindering met 39,00 euro voor:

• niet hertrouwde weduwnaar/weduwe of ongehuwde vader/moeder met minimum 1 kind ten laste;

• mindervalide werknemer;

• mindervalide echtgeno(o)t(e) ten laste (enkel voor schaal 2);

• personen ten laste (andere dan kinderen, echtgeno(o)t(e), wettelijk samenwonende partner).

Vermindering met 84,00 euro voor ouders, grootouders, broers of zussen ten laste die de leeftijd van 65 jaar bereikt hebben.

Vermindering met 120,00 euro voor de echtgeno(o)t(e) of wettelijk samenwonende partner met beroepsinkomsten niet hoger dan 240,00 euro netto per maand (enkel voor schaal 1).

Vermindering met 240,00 euro voor de echtgeno(o)t(e) of wettelijk samenwonende partner met beroepsinkomsten enkel bestaande uit pensioenen of renten, niet hoger dan 480 euro per maand (enkel voor schaal 1).

 

Vermindering voor natuurlijke personen met een laag inkomen uit de overheidssector

Er wordt een vermindering van de bedrijfsvoorheffing van 6,67 euro toegekend (na de uitvoering van de voorgaande verminderingen) op de belastbare bezoldiging van minstens 614,55 euro en maximum 2.256,97 euro voor personen met een laag inkomen die als statutair, stagiair of tijdelijke in dienst zijn bij de overheid, de gemeenschappen, de gewesten, de provincies, inrichtingen die aan de provincies ondergeschikt zijn, de gemeenten en de inrichtingen die aan de gemeenten ondergeschikt zijn, en die niet in het kader van een arbeidsovereenkomst zijn aangeworven.

 

Vermindering voor werknemers die recht hebben op de werkbonus

De fiscale werkbonus is een vermindering van bedrijfsvoorheffing voor werknemers met een laag inkomen die recht hebben op een vermindering van socialezekerheidsbijdragen (de zogenaamde sociale werkbonus). Deze fiscale werkbonus blijft voor 2022 behouden op 33,14 %.

 

4.2. Bijzondere tarieven van bedrijfsvoorheffing

 

Uitzendkrachten

Voor uitzendkrachten is de bedrijfsvoorheffing vastgesteld op 11,11% van het belastbaar loon. De bedrijfsvoorheffing wordt forfaitair ingehouden, omdat de uitzendbureaus moeilijk de inkomsten van een uitzendkracht kunnen inschatten.

 

Jonge werknemers

Werknemers die aan de voorwaarden voldoen om inschakelingsuitkeringen te krijgen van de RVA en die beginnen te werken tijdens de maanden oktober, november of december, moeten gedurende deze maanden geen bedrijfsvoorheffing betalen op de belastbare bezoldigingen. De totale bruto bezoldiging mag evenwel niet hoger zijn dan 3.625,00 euro per maand. De vrijstelling geldt zowel voor de gewone voorheffing als voor de exceptionele bedrijfsvoorheffing.

 

Studenten

Er is vanaf 1 januari geen bedrijfsvoorheffing verschuldigd op de bezoldigingen betaald of toegekend aan de studenten:

• die tewerkgesteld zijn met een arbeidsovereenkomst voor studenten;

• gedurende 475 aangegeven uren studentenarbeid per kalenderjaar;

• en die overeenkomstig de wettelijk bepalingen niet onderworpen zijn aan de gewone socialezekerheidsbijdragen.

 

4.3. Exceptionele vergoedingen, achterstallen, opzeggingsvergoedingen, ...

Exceptionele vergoedingen, achterstallen, opzeggingsvergoedingen, inschakelingsvergoedingen, ... worden aan speciale tarieven onderworpen. Deze bijdrage gaat hier niet verder op in.

 

5. Toegelaten beroepsinkomsten voor gepensioneerden - VANAF 1 JANUARI 2022

Bron: Ministerieel besluit van 13 december 2021 tot aanpassing van de jaarbedragen bedoeld in artikel 64, §§ 2 en 3, van het koninklijk besluit van 21 december 1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers, BS 21 december 2021.

Een gepensioneerde mag jaarlijks een bepaald bedrag bijverdienen én het pensioen behouden. Het grensbedrag hangt af van de leeftijd van de persoon en of er kinderen ten laste zijn. In geval van toepassing van een grensbedrag zijn de bedragen voor 2022 gekend.

Om ouderen langer aan het werk te houden, werd de reglementering betreffende de toegelaten arbeid als gepensioneerde versoepeld.

In de volgende situaties mag een gepensioneerde onbeperkt bijverdienen naast zijn pensioen:

- Vanaf 1 januari van het jaar waarin de gepensioneerde de leeftijd van 65 jaar bereikt;

- De persoon die een beroepsloopbaan van 45 jaar kan bewijzen op het moment dat het rustpensioen in werking treedt.

Opgelet: de gepensioneerde van 65 jaar van wie de echtgenoot een gezinspensioen geniet, moet zich wel nog beperken tot onderstaande bedragen. Immers, een gezinspensioen (75%) ligt hoger dan een pensioen als alleenstaande (60%) en geldt enkel wanneer de echtgeno(o)t(e) slecht een beperkt inkomen geniet.

 

Vanaf 1 januari 2022 gelden onderstaande bedragen:

Deze grensbedragen worden elk jaar geïndexeerd. In een kalenderjaar waarin verschillende grensbedragen van toepassing zijn, wordt enkel rekening gehouden met het hoogste grensbedrag. Hierop bestaat één uitzondering, met name in het jaar waarin men 65 wordt.

Opgelet: in het eerste jaar van het pensioen moeten de maximumbedragen zoals hierboven vermeld, geprorateerd worden. Bijvoorbeeld: een werknemer gaat op pensioen op 1 mei van het jaar. In dat geval moet het grensbedrag geprorateerd worden met 8/12.

 

Sancties

Als de gepensioneerde voornoemde bedragen overschrijdt wordt het pensioen verminderd met het percentage van de overschrijding, ongeacht het bedrag ervan.

Er is dus geen volledige schorsing van het pensioen meer wanneer een overschrijding van 25% of meer wordt vastgesteld.

Deze sanctie heeft betrekking op het volledige kalenderjaar, zelfs al werd de activiteit niet heel het jaar uitgeoefend.

 

6. De voor beslag of overdracht vatbare bedragen - VANAF 1 JANUARI 2022

Bron: Koninklijk besluit van 17 december 2021 tot uitvoering van artikel 1409, §2 van het Gerechtelijk Wetboek.

Wanneer een personeelslid nalaat zijn schulden te betalen, heeft de schuldeiser het recht om op het loon of een ander (vervangingsinkomen) van de schuldenaar beslag te leggen. Daarnaast heeft een werknemer en zijn gezin recht op een minimuminkomen. Dit minimuminkomen is hetzelfde voor statutaire als voor contractuele personeelsleden.

Er zijn wettelijke grenzen vastgelegd die moeten worden in acht genomen bij beslag of overdracht.

Jaarlijks worden deze basisbedragen aangepast aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van de maand november. De nieuwe grensbedragen zijn van toepassing op 1 januari van het jaar volgend op de aanpassing.

 

6.1. Het beschikbaar gedeelte voor de inkomsten uit arbeid

Voor de inkomsten uit arbeid zal het beschikbaar gedeelte berekend worden op basis van bedragen in onderstaande tabel:

Indien de nettowedde gelijk is aan of groter is dan 1.538,00 euro heeft het personeelslid een totaal gewaarborgd inkomen van 1.428,00 euro.

 

6.2. Het beschikbaar gedeelte voor de inkomsten uit andere activiteiten dan arbeid

Voor de inkomsten uit andere activiteiten dan arbeid (bv. pensioen, ziekte- en invaliditeitsuitkering, …) zal het beschikbare gedeelte berekend worden op basis van bedragen in onderstaande tabel:

Indien de inkomsten uit andere activiteiten dan arbeid gelijk zijn aan of groter zijn dan 1.538,00 euro heeft de beslagene een totaal gewaarborgd inkomen van 1.414,80 euro.

 

6.3. Verhoging van de bedragen wegens kind ten laste

Per kind ten laste bedraagt de verhoging 73,00 euro.

 

 

7. Kostenvergoeding vrijwilligers

Bron: Website van RSZ - tussentijdse instructies van 12 januari 2022

Vrijwilligers mogen voor hun prestaties geen loon ontvangen. Dit belet echter niet dat zij vergoed mogen worden voor de kosten die ze voor het bestuur hebben gemaakt.

Het staat het bestuur vrij om de vrijwilliger al dan niet te vergoeden voor gemaakte kosten. Binnen het kader van de informatieplicht, brengt het bestuur de vrijwilliger ervan op de hoogte of een onkostenvergoeding wordt uitbetaald en volgens welk systeem:

  • volgens de forfaitaire terugbetalingsregeling, OF
  • door middel van het voorleggen van bewijsstukken.

Wordt gekozen voor de forfaitaire terugbetalingsregeling, dan mogen in 2022 volgende grenzen niet worden overschreden:

  • per dag: 36,84 euro;
  • per jaar: 1.473.37 euro.

Indien één of beide grenzen van de forfaitaire bedragen overschreden worden, zal de activiteit niet langer als vrijwilligerswerk worden beschouwd en de persoon die de activiteit verricht niet als vrijwilliger. Dan zal wat hij heeft ontvangen voor zijn activiteit onderworpen worden aan socialezekerheidsbijdragen en worden belast als beroepsinkomen.

Een variabele of reële kostenvergoeding is onbegrensd, maar buitensporige bedragen worden niet aanvaard.

Op de regel dat door de vrijwilliger per kalenderjaar slechts één kostenvergoedingssysteem kan worden gehanteerd, bestaat één uitzondering. De  combinatie van de forfaitaire kostenvergoeding met een terugbetaling van de reële vervoerskosten is mogelijk voor maximaal 2.000 kilometer per jaar per vrijwilliger.

Voor de berekening van het plafond wordt rekening gehouden met de kilometervergoeding voor het gebruik van de eigen wagen.

Bijzondere categorie vrijwilligers

Dit verhoogd jaarlijks plafond van onkostenvergoeding zou dan gelden voor:

  • sporttrainer, sportlesgever, sportcoach, jeugdsportcoördinator, sportscheidsrechter, jurylid, steward, terreinverzorger-materiaalmeester, seingever bij sportwedstrijden;
  • de nachtoppas, evenals de dagoppas bij hulpbehoevende personen volgens de voorwaarden en kwaliteitscriteria die iedere Gemeenschap bepaalt;
  • het niet-dringend liggend ziekenvervoer: het liggend ziekenvervoer naar, vanuit en tussen ziekenhuizen of vestigingsplaatsen van ziekenhuizen.

Vanaf 1 januari 2022 wordt het jaarlijks kostenplafond voor voormelde categorie vrijwilligers op 1.821,10 euro (niet-geïndexeerd, gekoppeld aan spilindex 103,14, basis = 1996) vastgelegd, wat neerkomt op het geïndexeerd bedrag van 2.705,97 euro.

Dit verhoogd forfait kan evenwel niet altijd worden toegepast. Voormelde sporters die een socialezekerheidsuitkering of leefloon ontvangen, kunnen dit niet combineren met het verhoogd forfait.

In deze gevallen blijft het gewone forfaitair grensbedrag van de onkostenvergoeding van toepassing, dat vanaf 1 januari 2022 1.444,52 euro per kalenderjaar bedraagt.

Nieuwsarchief