Stimuleren van taal bij kinderen met een kwetsbare achtergrond

Terug naar het overzicht
Datum: 05/17/2021
Auteur(s): Ailan Iriks

Sportpret zet zich in om kinderen tussen 3 en 12 jaar die opgroeien in een maatschappelijk kwetsbare situatie gratis te laten deelnemen aan vrije tijd. De organisatie wil met haar activiteiten niet alleen inzetten op sport en spel, maar ook op de taalontwikkeling van de kinderen. Zeker in de zomermaanden is Sportpret een van de weinige plekken waar kinderen met een andere thuistaal dan het Nederlands, Nederlandse taalkansen krijgen.

Taalniveau bij kinderen in kwetsbare situaties

Wat zegt de literatuur over het taalniveau bij kinderen? En specifiek bij kinderen in een kwetsbare situatie?

Allereerst is er de thuissituatie. Een chaotische thuissituatie heeft een negatieve invloed op het taalniveau van het kind. Het is een minder goede leeromgeving om taalontwikkeling te stimuleren dan wanneer een kind in een stabiele thuissituatie opgroeit. De taalontwikkeling van een kind gaat dus deels ten koste van een slechte leeromgeving. Daarnaast speelt ook het opleidingsniveau van de moeder een rol. Is de moeder laag opgeleid, dan zal dit de taalontwikkeling van het kind negatief beïnvloeden. Ook de opvoeding kan een positieve of negatieve invloed uitoefenen. Kinderen die positief worden opgevoed en worden aangemoedigd tijdens het leerproces, hebben grotere leerkansen dan kinderen die opgroeien in een negatieve opvoedingsstijl.

Er is uiteraard niet één parameter die bepaalt of de taalontwikkeling van een kind vlot of niet vlot loopt. Een samenloop van verschillende parameters leidt tot een bepaald taalontwikkelingsniveau: de leesvaardigheden van de ouders, consumptie van alcohol of sigaretten tijdens de zwangerschap, wie ontfermt zich over het kind tijdens de eerste levensjaren … Het resultaat is dat kinderen in armoede vaak een eenzijdiger, minder breed taalspectrum hebben opgebouwd tijdens hun eerste levensjaren (Vernon-feagans, Garrett-peters, Willoughby, Mills-koonce, & Family, 2012).

Onderzoek (Van Laere M., 2016; Kind & Gezin, 2010) heeft ook aangetoond dat jonge kinderen die in armoede leven op de leeftijd van zes maanden een lagere ontwikkelingsscore hebben op cognitief, motorisch, communicatief en socio-economisch vlak dan andere kinderen van hun leeftijd. Ze behalen pas op de kleuterschool de ontwikkelingsscore die kinderen van de middenklasse veel eerder behaalden. Dit maakt dat het leerproces voor kinderen in armoede veel moeilijker is dan voor kinderen uit de middenklasse of rijke klasse. Een van de oorzaken hiervan is het gebrek aan materiële middelen (bv. geld voor doktersbezoeken, voeding, hygiëne … of een beperkt speelassortiment, waardoor kinderen minder op ontdekking kunnen gaan). Dit gebrek aan middelen brengt kinderen in armoede in een vicieuze cirkel, waar ze zelf moeilijk kunnen aan ontsnappen. Voor kinderen met een allochtone afkomst die in armoede leven, is deze problematiek alleen nog maar erger. Zij zijn enorm kwetsbaar in onze maatschappij.

Een ander onderzoek uit 2012 toont een lineaire correlatie tussen executieve functies (de hogere controlefuncties van de hersenen nodig bij denkprocessen en activiteiten) en SES-kenmerken (de sociaaleconomische status zoals scholingsniveau van de moeder, thuistaal …). Ook in dit onderzoek wordt gewezen naar elementen als een chaotische thuissituatie en minder beschikbare leermiddelen bij gezinnen met lage SES-kenmerken. Deze resultaten moeten vooral relatief bekeken worden tegenover gezinnen die kansrijker zijn en tijd en zorg op maat kunnen bieden, maar ook de juiste leerstimuli op de juiste leeftijd voorzien (denk bijvoorbeeld aan prenten- en leesboeken per leeftijdscategorie of leesniveau). Op jonge leeftijd ontstaat reeds een verschil tussen deze twee groepen kinderen. Dit verschil wordt jammer genoeg alleen maar groter naarmate deze kinderen ouder worden (Dilworth-bart, 2012).

Oplossingen?

Die zijn er zeker! Uit een onderzoek van 2004, waarbij kwetsbare gezinnen ontwikkelingsgerichte opvoedingsondersteuning kregen, blijkt dat die ondersteuning de ontwikkeling van de kinderen versterkt. Dit komt vervolgens ook de taalontwikkeling en andere intellectuele vaardigheden ten goede. Deze aanpak zet vooral in op het verbreden van het bereik dat de ouders hebben en het tegengaan van negatieve automatismen, zoals kinderen laten thuisblijven van (kleuter)school (Meurs & Jullian, 2004).

Sportpret vzw zoekt kwetsbare gezinnen actief op in een heel netwerk aan armoedeorganisaties en sociale diensten en voorziet gratis vrijetijdsactiviteiten voor kinderen tussen 3 en 12 jaar. Er wordt niet alleen ingezet op sport en spel, maar ook op de stimulering van de ontwikkeling van deze jonge kinderen (zowel motorisch als op vlak van taalontwikkeling). Zeker tijdens de zomermaanden is Sportpret een van de weinige plekken waar kinderen met een andere thuistaal dan het Nederlands, Nederlandse taalkansen krijgen. Door haar activiteitenaanbod wil de organisatie kwetsbare gezinnen mee helpen ondersteunen, hun netwerk verbreden, kinderen met elkaar in contact brengen en vooral een ongedwongen, stimulerende leeromgeving creëren.

Maak kennis met Sportpret vzw.

Sportpret steunen als vrijwilliger of een gift overmaken? Klik hier voor meer informatie.

 

Bronnen

Dilworth-bart, J. E. (2012). Does executive function mediate SES and home quality associations with academic readiness ?, 27, 416–425. https://doi.org/10.1016/j.ecresq.2012.02.002

Kind & Gezin. (2010). Taalstimulering en meertaligheid. https://www.kindengezin.be/over-kind-en-gezin/missie-en-waarden/diversiteit-en-kinderrechten/acties-en-projecten/

Meurs, P., & Jullian, G. (2004). Ontwikkelingsgerichte opvoedingsondersteuning bij kansarme, allochtone gezinnen. Tijdschrift Klinische Psychologie, (3), 168–180.

Van Laere, M. (2016). Kleuters in armoede: hoe maakt de school een verschil?. Klasse. https://www.klasse.be/58873/hoe-moeilijk-ook-laat-ouders-in-armoede-niet-los/

Vernon-feagans, L., Garrett-peters, P., Willoughby, M., Mills-koonce, R., & Family, T. (2012). Chaos , poverty , and parenting : Predictors of early language development, 27, 339–351. https://doi.org/10.1016/j.ecresq.2011.11.001

Nieuwsarchief