COLUMN - Pleidooi voor kapoenigheid

Terug naar het overzicht
Datum: 10/30/2020
Auteur(s): Tom Vandooren

Tom Vandooren is docent aan de Arteveldehogeschool, auteur en consultant. Regelmatig kijkt hij voor VIEWZ met een kritische en uitdagende blik naar de Vlaamse zorg- en welzijnssector. Dit onder het motto “drup & drover”: soms er boenk op, nu en dan er los over …

“Uw kapoen” … Het slotwoord van elke nieuwjaarsbrief en meteen het sein voor trotse meter en peter of door emotie overmande oma of opa om in de buidel te tasten. Het is een mooie gewoonte, die samen met stoofvlees en een aanleg voor surrealisme kleur en fleur brengt in de Vlaamse canon. Een welkome afwisseling naast fraude als nationale sport, koterijen als bouwstijl en bruinhemderige neigingen als hardnekkige politieke voorkeur.

Net omdat het gemeengoed is, staan we nog zelden stil bij de betekenis van het woord ‘kapoen’. Volgens het Vlaams woordenboek is dit een koosnaampje voor kinderen, een synoniem voor deugniet. Een term die op het continuüm tussen stout en braaf kundig in het midden balanceert. De regels negerend met een ontwapenende flair, er de kantjes aflopend zonder schade te berokkenen. De witte van Zichem, Jommeke, en – vooruit dan maar – Markske van de kampioenen. Dat zijn nogal kapoentjes, niet …?

Ergens op de schimmige grens tussen lager en middelbaar onderwijs verdwijnt echter onze voorkeur voor kapoentjes. Dan beginnen we stilaan ernst, getrouwheid aan gezag, nijverheid en vlijt te appreciëren. “Nu is het gedaan met spelen”, is de boodschap voor vele Vlaamse jongeren eenmaal ze de stap naar “de grote school” zetten. De Witte van Zichem wordt als 16-jarige doorverwezen naar het CLB en zit als 35-jarige professioneel op een dood spoor.

We houden van kapoenen in onze organisaties, maar al te vaak in de andere betekenis van het woord. Een kapoen is immers ook synoniem voor een gecastreerde haan. Vet, mals in het vlees, heerlijk productief, volgzaam en makkelijk in de omgang. Ongeacht de lippendienst die we bewijzen aan talenten blijft onderwijs en de gemiddelde werkplek vooral gericht op belonen van conformisme aan tal van spelregels. Wie als student de APA-regels niet volgt is geen sympathieke deugniet maar gebuisd, ongeacht hoe geniaal de paper ook is. Wie als medewerker een echelon overslaat, een richtlijn omzeilt of een cultuurregel negeert, wordt tot de orde geroepen. Opa en oma delen dan blijkbaar geen bonussen meer uit. En eenmaal dit ‘kapoeneren’ (zoals het castreren van hanen dan heet) goed gelukt is, verzamelen we de troepen om braaf te luisteren naar een duurbetaalde spreker die het over disruptie, innovatie, ondernemerschap en – OK, nog één keer en dan nooit meer – ‘out of the box’-denken heeft.

Nochtans kan een tegen de haren instrijkende werkwijze leiden tot creativiteit en is het in vraag stellen en omzeilen van regels de beste manier om zinloze regels te detecteren. Echte innovatie zit niet in het hoofd van duurbetaalde professionele creatievelingen met dure brillen en kaalgeschoren hoofden, maar in de harten en hoofden van weerbarstige medewerkers. Guitigheid is een kwaliteitsverhogende eigenschap en innovatie komt nog steeds meer voort uit fantasie dan uit strak geleide strategische denkoefeningen.

Dus een warme oproep: herken, erken en beloon de kapoentjes in uw organisatie. Deel een nieuwjaarsbonus uit aan wie de regels omzeilde met het hart op de juiste plaats, constructief tegendraads was, fantasievol makkelijke binnenwegen tussen richtlijnen door ontdekte en met een aanstekelijke charme het team verleidde tot sympathieke muiterij. Wees als leidinggevende de opa of oma die George Bernard Shaw voor ogen had toe hij schreef: “It's all that the young can do for the old: to shock them and keep them up to date.” Laat u verrassen, shockeren en ongemakkelijk voelen door uw kapoentjes. U zal er geen spijt van hebben.