REMI: diagnose-instrument voor financiële behoeftigheid

Terug naar het overzicht
Datum: 09/11/2020
Auteur(s): Bérénice Storms, Marieke Frederickx

De groep kwetsbare burgers die onvoldoende inkomen hebben om menswaardig te leven, wordt alsmaar groter en diverser. OCMW’s zien zich dan ook genoodzaakt om meer aanvullende financiële steun (AFS) toe te kennen. De mate waarin en de manier waarop dit gebeurt verschilt sterk, waardoor het recht op een menswaardig inkomen niet voor elke burger even goed wordt gewaarborgd. 

Het Centrum voor Budgetadvies en -onderzoek (Cebud) ontwikkelde een tool die toelaat om aan de hand van de referentiebudgetten te bepalen of een gezin al dan niet over voldoende inkomen beschikt. Op die manier maakt de REMI-applicatie (Referentiebudgetten voor een Menswaardig Inkomen) het mogelijk om ondanks de grote diversiteit op een gelijkwaardige basis aanvullende steun toe te kennen. 

Is het recht op een menswaardig inkomen gegarandeerd?

De leefloonbedragen en de minimuminkomsten uit sociale zekerheid en arbeid zijn voor veel gezinnen te laag om menswaardig te leven. De laatste jaren zien we dat, ondanks alle goede voornemens hierover in regeerakkoorden, er geen fundamentele verhoging van deze minima is verwezenlijkt. Het aantal mensen dat een beroep doet op aanvullende steun neemt dan ook onvermijdelijk toe. In Vlaanderen is het aantal cliënten dat AFS ontvangt bovenop een uitkering of loon met meer dan één derde gestegen op vijf jaar tijd: van 71.092 cliënten in 2013 naar 96.775 cliënten in 2018 (Bron: VVSG, Debast, 2019). 

Omdat het toekennen van AFS een discretionaire bevoegdheid is van het OCMW, zijn er grote verschillen tussen OCMW’s. Ook binnen één OCMW zijn er verschillen tussen maatschappelijk werkers. Er zijn dan ook meer en meer OCMW’s die alleen of in samenwerking richtlijnen opmaken over het toekennen van AFS. De richtlijnen streven vaak een gelijke behandeling na: voor eenzelfde typegezin wordt eenzelfde AFS voorgesteld, ook al hebben deze typegezinnen andere financiële behoeften, bijvoorbeeld omwille van gezondheidsproblemen. Deze ‘gelijke’ behandeling zorgt voor een ongelijke inkomensbescherming. 

Referentiebudgetten en REMI

Veel OCMW’s realiseerden zich dat deze steunnormen niet leidden tot meer sociaal rechtvaardige beslissingen. Daarom waren OCMW’s vragende partij voor het ontwikkelen van een nieuwe norm die, gebaseerd op een wetenschappelijk kader, het minimale inkomen weergeeft dat een gezin nodig heeft om aan de samenleving te kunnen deelnemen en aan die samenleving een bijdrage te kunnen leveren. Zo zagen de referentiebudgetten in 2008 het levenslicht. Maatschappelijk werkers hadden echter nood om met deze referentiebudgetten in de praktijk aan de slag te gaan. Daarop ontwikkelde Cebud samen met het werkveld de REMI-applicatie.

In REMI worden de noodzakelijke uitgaven van een individueel gezin ingegeven: 

- Er zijn vaste uitgaven zoals de uitgaven voor huur, nutsvoorzieningen en telecommunicatie.

- Verder wordt er leefgeld voorzien voor bijvoorbeeld kleding, voeding, school en verzorging.

- Het budget voor toekomstige voorzieningen bevat het bedrag dat een gezin maandelijks zou moeten sparen om duurzame consumptiegoederen zoals een bed, tafel of computer te vervangen. 

- Tot slot kunnen extra uitgaven worden ingegeven. Dit zijn uitgaven die niet noodzakelijk zijn voor elk gezin maar door de specifieke levensomstandigheden van een gezin voor hen wel noodzakelijk zijn zoals bijvoorbeeld hoge medische kosten of kosten voor kinderopvang. 

Wanneer de reële uitgaven niet worden ingevuld, rekent REMI automatisch met de bedragen uit de referentiebudgetten. Bij het besteedbaar inkomen wordt niet enkel het inkomen uit arbeid of sociale zekerheid ingegeven, maar ook andere bronnen van inkomen zoals kindergeld en studietoelagen. Het resultaat is een maandbudget (hieronder is een fictief voorbeeld afgebeeld) dat de noodzakelijke uitgaven vergelijkt met het besteedbaar inkomen van het gezin. Het saldo tussen beiden geeft aan of het gezin over voldoende middelen beschikt om menswaardig te leven en hoeveel inkomen het gezin te kort of over heeft.

Op die manier kan de maatschappelijk werker op maat van elk gezin de financiële behoeftigheid nauwkeurig bepalen op basis van dezelfde criteria. Dit zorgt voor een gelijkwaardige behandeling van cliënten tijdens het sociaal onderzoek: eenzelfde cliëntsituatie zal in twee verschillende OCMW’s leiden tot eenzelfde diagnose met betrekking tot financiële behoeftigheid, en twee verschillende cliëntsituaties zullen binnen eenzelfde OCMW en tussen verschillende OCMW’s leiden tot twee verschillende diagnosen. 

Om de privacy van cliënten te garanderen, worden de data die hulpverleners in REMI ingeven, gecodeerd en bewaard op een externe server. De persoonsgegevens van een cliënt worden in een andere databank bewaard dan het cliëntdossier zodat de dossiergegevens volledig anoniem worden bewaard. Om de OCMW’s te ondersteunen maken onderzoekers jaarlijks REMI-rapporten op maat van het OCMW. Ook organiseert Cebud jaarlijks een lerend netwerk met de REMI-gebruikers waarin kennis en ervaring worden uitgewisseld. Op basis van de feedback van gebruikers wordt de applicatie aangepast. In augustus wordt REMI elk jaar geactualiseerd met de meest recente referentiebedragen

Hoe versterkt REMI maatschappelijk werkers?

Uit onderzoek blijkt dat bepaalde inkomsten zoals kinderbijslagen, studietoelagen of ontvangen alimentatie niet systematisch als inkomstenbron worden meegenomen in het sociaal onderzoek naar de behoeften van gezinnen in het kader van aanvullende steunverlening. Ook noodzakelijke uitgaven zoals verzekeringspremies, vakbondsbijdragen of bepaalde belastingen worden evenmin systematisch opgenomen langs de uitgavenzijde. Omdat het gebruik van de REMI-tool zowel het inkomens- als uitgavenonderzoek structureert, zal een meer nauwkeurige en correcte inschatting gebeuren van de financiële behoeftigheid. Bovendien is de berekening minder afhankelijk van informatie die een cliënt kan aanleveren. 

“Het is een handig instrument om duidelijkheid te krijgen in de financiële situatie van iemand en om zijn uitgave- en bestedingspatroon duidelijk te krijgen. Ook geeft het een goed zicht van eventuele tekorten en hoe moeilijk het is voor mensen om rond te komen.” (MW4, Cornelis et al., 2013)

Wanneer het maandsaldo negatief is, geeft het overzicht uit REMI aan maatschappelijk werkers en cliënten een leidraad om te bepalen welke ondersteuning het meest aangewezen is. Zo kan het overzicht van inkomsten en noodzakelijke uitgaven bijvoorbeeld aanleiding geven om niet opgenomen rechten en sociale voordelen uit te putten of een traject naar tewerkstelling op te zetten. Als blijkt dat bepaalde uitgavenposten veel hoger liggen dan voorzien in de referentiebudgetten, kan de maatschappelijk werker hiermee aan de slag gaan. Kunnen de woonomstandigheden worden verbeterd waardoor de verbruikerskosten en/of de huurkosten naar omlaag kunnen? Is er nood aan gedragsverandering op vlak van budgettering?

Hoe versterkt REMI de cliënt?

Als de maatschappelijk werker REMI samen met de cliënt invult, verwerft de client zelf ook een beter inzicht in zijn huishoudbudget. De cliënt kan meezoeken naar haalbare wegen om zijn budget in evenwicht te brengen en de stappen die hij hiervoor kan zetten. Dit is veel effectiever dan methodieken waarbij maatregelen extern worden voorgesteld of opgelegd. REMI wordt op die manier niet enkel gebruikt voor het toekennen van AFS, maar ook als begeleidingsinstrument in het kader van budget- en schuldhulpverlening. 

“Steun uit REMI wordt gekoppeld aan doelen. Rechten uitputten en dan individuele begeleiding met aangepaste doelen.” (middelgroot OCMW, provincie Antwerpen)
“De dienst budgetbeheer vult samen met de cliënt REMI in en bespreekt dit. Bijvoorbeeld bij een te hoge telecomfactuur kan dit dan op deze manier worden aangegeven aan de cliënt.” (middelgroot OCMW, provincie Antwerpen) 

De REMI-gebruikers geven aan dat ze REMI inzetten om hun cliënten systematisch en proactief te screenen op financiële behoeftigheid, en niet af te wachten tot deze zelf een concrete financiële hulpvraag stellen. Zo anticipeert het OCMW op toekomstige (of reeds bestaande en toenemende) financiële problemen bij cliënten. 

“Per gezin of persoon die bij ons aanklopt, kijken we naar het maandelijks inkomen. Dit vergelijken we enerzijds met het referentiebudget van CEBUD en anderzijds met een barema dat lager ligt dan het minimumloon. Als het referentiebudget onder deze kritische grens ligt, passen we bij tot aan het referentiebudget. Ligt het referentiebudget hoger dan de kritische grens, dan leggen we bij tot aan deze kritische grens, dit wil zeggen tot iets onder het minimumloon. Dat doen we om de financiële prikkel om te gaan werken te behouden.” (Groot OCMW, West-Vlaanderen)

Hoe versterkt REMI het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst?

Wanneer een lokaal bestuur beslist om REMI te gebruiken in het kader van haar financiële hulpverlening, zet dit zowel de sociale dienst als de leden van het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst (BCSD) aan om een aantal keuzes vast te leggen. Beslissingen die voordien eerder ad hoc werden genomen of praktijken uit het verleden die al lange tijd het handelen sturen, moeten worden geëxpliciteerd voordat het OCMW met REMI van start gaat. Op die manier worden cliëntsituaties gelijkwaardig beoordeeld en behandeld. 

“We hebben een vademecum waarin REMI opgenomen is. Principes die in REMI worden toegepast, worden ook doorgetrokken naar andere steunsystemen zoals maximale huurprijzen van Wonen Vlaanderen hanteren in de aftopping van de huur. Die bedragen en afspraken worden naar voorgeschoven in dit vademecum.” (groot OCMW, Oost-Vlaanderen)

Het bijvoegen van de REMI-output bij de sociale verslagen waarin om OCMW-steun wordt gevraagd, biedt het BCSD een eenvormig beslissingskader bij het beoordelen van vaak grote aantallen sociale verslagen. Het BCSD kan zo onderbouwde beslissingen nemen over het steunen van kwetsbare gezinnen omdat de impact van de beslissing echt zichtbaar wordt gemaakt door de REMI-output. Op die manier wordt een groot draagvlak gecreëerd over beslissingen van individuele steunaanvragen. 

“Het voordeel van REMI is dat het voor een beleid duidelijk is. … REMI heeft gezorgd voor veranderingen naar het bestuur toe. Vroeger werden veel meer steunen toegekend die nadien werden teruggevorderd. Nu wordt met REMI steun toegekend maar minder snel teruggevorderd, omdat het REMI-budget duidelijk aangeeft dat er geen inkomen is om terug te vorderen.” (klein OCMW, Vlaams-Brabant)

Een bijkomend voordeel van het gebruik van REMI voor zowel het BCSD, als de medewerkers van de sociale dienst en de cliënten is dat REMI het mogelijk maakt om de grote aantallen verschillende financiële steunen die in het verleden voor specifieke doeleinden werden opgemaakt, af te bouwen. Dit zorgt voor een duidelijker en transparanter beslissingskader dat de financiële situatie van de cliënt integraal onder de loep neemt.

“Vanuit het OCMW gaven wij aanvullende steun maar die bedragen waren niet meer aangepast aan de gestegen levensduurte. De vele vormen van aanvullende steun maakten het ook een onoverzichtelijk kluwen. REMI was voor ons een welgekomen leidraad om ons systeem van AFS te hervormen. Vanaf 1 oktober 2017 zijn we van start gegaan met de AFS REMI. Daarnaast blijven er een beperkt aantal andere vormen van aanvullende steun bestaan.” (groot OCMW provincie West-Vlaanderen)  

Hoe versterkt REMI de lokale overheid?

Het toekennen van AFS is een curatieve maatregel en lost armoede niet structureel op. Als regisseur van het lokaal sociaal beleid is het de taak van de lokale besturen om zelf invulling te geven aan de manier waarop zij voorwaarden creëren voor het garanderen van een menswaardig leven. De data uit REMI geven de lokale besturen de nodige informatie om deze beleidsdoelstellingen te formuleren. Het REMI-rapport dat jaarlijks door CEBUD wordt opgemaakt voor elke REMI-gebruiker vat deze informatie mooi samen. 

“REMI maakt ook dingen zichtbaar voor het bestuur, bijvoorbeeld identificatie van bepaalde pijnpunten en doelgroepen. Hier kan je de evolutie zichtbaar maken voor het bestuur. Op die manier heb je meer slagkracht naar het bestuur toe.” (middelgroot OCMW, West-Vlaanderen)

De coronacrisis toont aan dat lokale (en bovenlokale) besturen niet over de nodige gegevens beschikken om een goed antwoord te formuleren op de toenemende armoede ten gevolge van deze crisis. Het aantal OCMW-cliënten neemt toe, maar er is weinig inzicht in wie deze cliënten zijn en wat hun noden net zijn. Wat is het arbeidsstatuut, gezinsstatuut en eigenaarsstatuut van deze nieuwe cliënten? Welke van deze cliënten beschikken over te weinig bestaansmiddelen? En hoe groot is het tekort? Via REMI kan deze data eenvoudig ter beschikking gesteld worden. 

Conclusie

REMI stelt OCMW’s in staat om de financiële behoefte van cliënten te beoordelen op basis van gelijkwaardigheid in de plaats van gelijkheid. Bovendien verdwijnen of verminderen de ongeoorloofde verschillen die er bestaan tussen maatschappelijk werkers en tussen OCMW’s wat betreft het beoordelen van de financiële behoefte en het toekennen van AFS. Het bestuur kan de REMI-data gebruiken om structurele beleidsmaatregelen te nemen die armoede bestrijden. REMI draagt op die manier bij tot een meer rechtvaardig lokaal sociaal beleid. 

Meer informatie over REMI of een demo? Contacteer Esther Geboers via esther.geboers@thomasmore.be of consulteer de website van Cebud.