COLUMN - In de zorg werken geen helden

Terug naar het overzicht
Datum: 08/31/2020
Auteur(s): Tom Vandooren

Tom Vandooren is docent aan de Arteveldehogeschool, auteur en consultant. Regelmatig kijkt hij voor VIEWZ met een kritische en uitdagende blik naar de Vlaamse zorg- en welzijnssector. Dit onder het motto “drup & drover”: soms er boenk op, nu en dan er los over …

Eén Chinese vleermuis zorgde wereldwijd voor een wel zeer bevreemdend jaar. Niemand die dit bij het aftellen op oudejaar en het brullen van “happy 2020” zag aankomen. Dit annus horribilis ging gepaard met een aantal verschijnselen die in het “oude normaal” te gek voor woorden waren geweest. Te beginnen met de term “het nieuwe normaal”, een term die – na langdurige en intense blootstelling eraan – bij mij alvast een neiging tot fysiek geweld uitlokt. En dan zijn er nog de geanimeerde debatten over mondmaskers. De complottheorieën over 5G-netwerken. De plotse wereldwijde interesse in, kennis van en mening over statistiek. De hogere wiskunde die nodig blijkt om de grootte van onze bubbel te berekenen. Het woordje “bubbel” op zich. Het tenenkrullende onvermogen van onze staatsstructuur om ook maar iets beslist, gecommuniceerd of gehandhaafd te krijgen. De social distancing die eindelijk komaf maakte met het eeuwige “hoeveel-kussen-word-ik-nu-geacht-te geven”-vraagstuk. De opportunistische euforie van sommigen die dolblij zijn hun onlinevormingen, thuiswerkoplossingen en verafgoding van alles wat met een beeldscherm werkt te kunnen slijten … En net als we denken dat we onze dosis surrealisme wel hebben gehad, blijkt Josje-van-K3 een mening te hebben over wat een adequate epidemiologische aanpak is en eist Jeff Hoeyberghs een dwangsom per dag dat zijn gelaat gemaskerd én op veilige afstand dient te blijven. 

In een wereldwijde gezondheidscrisis staat de gezondheidszorg uiteraard in het centrum van de belangstelling. Terwijl de ziekenhuizen volliepen, de woon- en zorgcentra een ongelijke strijd voerden en iedereen die zorgt, begeleidt en ondersteunt poogde zichzelf én de cliënten boven water te houden, groeide de appreciatie onder de brede bevolking. Getuige de hartverwarmende applaussessies om 20u voor de “helden van de zorg”. Hermetisch ingepakte zorgverleners getuigden op het journaal en de dagelijkse weinig opbeurende cijfers herinnerden ons eraan hoe hard we deze mensen wel eens zouden kunnen nodig hebben. Dus hing Vlaanderen de witte lakens uit en kregen onze zorgwerkers voorrang in de supermarkt. Een hogere eer is moeilijk denkbaar. Maar helden verdienen dit, niet?

En laat het nu net met die heldenstatus zijn dat ik worstel. Ik ben er nog niet zo zeker van dat zorgmedewerkers helden zijn, en al helemaal niet of we hen met het toedichten van deze titel een plezier doen.

Échte helden zijn namelijk onbaatzuchtig. Ze offeren zich op voor het grotere goed. Namen als Theresa, Damiaan, Ghandi … komen dan in ons op. Dergelijke helden plaatsen het eigen vege lijf wetens en willens op de laatste plaats. Ze vangen kogels op en lopen brandende gebouwen binnen, alsof ze nooit in de “helpertjes”-cursus over de basisregel “let op je eigen veiligheid” hebben gehoord. 

Wie werkt in de zorg is doorgaans echter niet onbaatzuchtig, en zou dat ook helemaal niet hoeven te zijn. Zorgverleners doen hun werk graag, maar verwachten er wel iets voor terug. Loon naar werken, respect en erkenning, voldoende collega’s en werkingsmiddelen, om maar een paar dingen te noemen. Iemand een held noemen is verwachten dat deze zich opoffert. Wie door een weldoorvoede generaal als “held van de natie” naar het front wordt gestuurd, voelt doorgaans de bui al hangen …

Échte helden zijn mensen die buitengewone dingen doen, en daardoor zelf buitengewoon lijken. Een gezagvoerder Sullenberger (“Sully” voor de vrienden), die met ijswater in de aderen zijn defecte vliegtuig landde in de Hudson, bijvoorbeeld. Of een Elon Musk, die raketten en sportwagens de ruimte in schiet. En dan is er natuurlijk nog het steeds verder uitdijende leger van Marvel-helden, buitenbeentjes met superkrachten als archetypes van de ware held.

In de zorg werken echter overwegend heel gewone mensen, die doorgaans geen buitengewone dingen doen. Ze verversen bedden, beluisteren zorgen en angsten, poetsen de gang, typen verslagen, verversen verbanden, houden handen vast en vullen dossiers aan. Als ze thuiskomen is hun antwoord op de vraag hoe het was op het werk vaak gewoon een “ça va, zoals anders”. We zien buitengewone gebeurtenissen en activiteiten makkelijk als belangrijk. Dit kan leiden tot een denkfout waarbij we “gewone”, alledaagse activiteiten dan als niet-belangrijk zien. Als wat zorgverstekkers dagdagelijks doen misschien niet buitengewoon is – behalve voor wie in dat bed ligt – blijft het wel degelijk ontegensprekelijk levensbelangrijk. Ze plots als helden benoemen verdunt hun jarenlange inzet en inspanning, opgebouwde expertise en diepgewortelde motivatie tot enkele weken van alle hens aan dek. Alsof de jaren voor én na corona niet alleen minder buitengewoon maar ook minder belangrijk zijn.

Zorgpersoneel helden noemen, schept een beeld van reddende engelen die als de nood het hoogst is hun bijzondere kunstje komen vertonen, iedereen met verstomming en dankbaarheid slaan om dan weer, genoegen nemend met een warme dank u wel spoorloos in de anonimiteit te verdwijnen. Marvel heeft zo ongeveer het patent op deze modus operandi. Maar in tegenstelling tot een superman die een ontsporende trein tegenhoudt, hebben we de zorg niet uitzonderlijk maar dagdagelijks nodig. We kunnen het ons dus niet permitteren om – zoals we wel eens met helden plegen te doen – hen hun “15 minutes of fame” te gunnen en hen vervolgens met een lintje en een schouderklopje huiswaarts te sturen. Laten we zorgmedewerkers dus geen helden noemen, maar gewone mensen met belangrijke jobs. Ook als corona gaat liggen en de volgende efficiëntie-oefening of besparingsronde zich aandient.

Reageer op deze column via redactie@connect-to-viewz.be.