In crisistijden is ook geestelijke gezondheidszorg 'essentieel'

Terug naar het overzicht
Datum: 04/30/2020
Auteur(s): Benedikte Van Eeghem (OCMW Brugge)

Benedikte Van Eeghem is communicatiemedewerker bij OCMW Brugge, copywriter, tekstredacteur en blogger. Voor VIEWZ levert ze deze maand een bijdrage over het belang van geestelijke gezondheidszorg tijdens en na de coronacrisis.

 

Sinds de Tweede Wereldoorlog stonden volksgezondheid en algemeen welzijn nooit meer onder druk dan in 2020. We worden sinds half maart collectief aangespoord om binnen te blijven en sociale contacten te vermijden. Vaarwel terrasjes in de zon, aperitiefmiddagen bij vrienden of doodgewone babbels op straat. Enkel de essentiële verplaatsingen en verplichtingen blijven over.

Vlooi het woord ‘essentieel’ erop na, en je landt meteen bij een waaier van betekenissen. Essentieel is wat elementair, noodzakelijk of onmisbaar is. De lockdown houdt dus in dat we ons enkel op straat begeven voor werkverplaatsingen of de aankoop van voeding. Bij voorkeur in ons eentje. Zo is het besmettingsrisico relatief beperkt, kan de wereld blijven draaien en gaat de economie er niet volledig onderdoor. 

Er klinken en cours de route steeds meer kritische stemmen, over hoe ons land alles aanpakt in deze crisis. Je hoort me niet bij voorbaat zeggen dat de lockdown een uitmuntend idee of een complete flop is/was. Deftige conclusies kunnen we ten vroegste over één of twee jaar trekken. Als het leed is geleden, de cijfers zijn geteld en op een correcte manier geanalyseerd. 

Als ik ergens kritisch over ben, dan vooral de manier waarop van hogerhand vlot over niet-essentiële zaken wordt heengegaan. Het gebrek aan sociaal contact, terrasjes in de zon en gewone babbels hakken er bij een groot deel van de bevolking afschuwelijk in. Kwetsbare doelgroepen, singles en mensen die krap behuisd zijn, verteren hun deel dubbel. Ontwrichte gezinnen die noodgedwongen ‘in hun kot’ leven, verkeren al weken in latente oorlogsmodus. 

Geestelijke gezondheidszorg kan zulke kritieke situaties enigszins lenigen. Maar net omwille van de lockdown, worden ook die consultaties maximaal teruggeschroefd. Contacten met psychologen en psychiaters verlopen online, of worden uitgesteld. Het moet, zegt de natie, want die zorg heet plots niet ‘acuut’ meer te zijn. Corona gaat voor. Wie nood heeft aan psychosociale ondersteuning, staat al weken virtueel in de kou. Daardoor worden kwetsbare doelgroepen, nog kwetsbaarder dan ooit. 

Ik stel me vragen bij deze gang van zaken omdat een opeenstapeling van mentale besognes en de bijhorende gevolgen, mij niet onbekend zijn. Ik leef niet armoede en ben niet krap behuisd – oef! – maar manage al bijna tien jaar eenoudergezin met twee kinderen. Ik heb een aangeboren handicap en moet in normale omstandigheden dagelijks tientallen balletjes tegelijk in de lucht houden. Het gebeurt met beperkte fysieke mogelijkheden en het lukt alleen met paramedische en psychosociale zorg: wekelijkse consultaties bij kinesisten, maandelijkse gesprekken bij een coach in het CAW. 

De kinesisten lenigen de lijfpijn, de coach filtert de besognes en de zielenpijn. Alleen zo kan ik blijven draaien, zoals een economie dat bij voorkeur doet. Maar sinds de corona-uitbraak is die basiszorg nagenoeg volledig weggevallen. Mijn kinesitherapie staat on hold, want ik ben geen acute patiënt. De CAW-coach zie ik via videochat. Het is beter dan niks, maar de coach geeft zelf toe dat dit moeilijker werken is dan normaal. Face-to-facecontact maakt dat we voluit van gedachten wisselen, zodat ik weer gemoedsrust vind. Via een scherm lukt het maar half zo goed.

De som van die deeltjes maakt dat de spanningsboog thuis sinds half maart, ongeveer verviervoudigd is. Ik houd stand, maar roep en huil vaker dan me lief is. Ik heb (veel) meer pijn dan gewoonlijk. Ik sta er meer dan ooit alleen voor, terwijl ik in deze periode zou moeten kunnen terugvallen op dubbel zoveel zorg en ondersteuning voor lichaam én geest. Maar de lockdown tolereert geen richtlijnen op maat voor niet-besmette burgers met andere acute noden. Vooralsnog wordt deze crisis cijfermatig bekeken en bezworen: zoveel besmettingen, zoveel ziekenhuisopnames of -ontslagen, zoveel overlijdens. De maatschappij is herleid tot een strikt mathematisch zwart-witplaatje met positieve en negatieve testresultaten.

Ik snap de gedachte achter die wetenschappelijke benadering: alleen zo kun je op korte termijn een piek van besmettingen bedwingen en afvlakken. Maar de bredere psychosociale gevolgen van deze aanpak worden onderschat. We ontberen in veel gevallen de brede zorg die even essentieel is als de acute zorg. De wonden die daardoor worden geslagen, zijn niet meteen zichtbaar. Toch is de impact ervan op lange termijn mogelijk vele malen groter dan het virus dat nu rondwaart. 

Ondanks alles weiger ik te doemdenken. Ik hou moed, de pijn te spijt, maar blijf kritisch. Er is mij en vele anderen de voorbije weken iets essentieels ontnomen: basiszorg. Het zal tijd vergen om daarvan te herstellen. Helaas is die schade is niet zo vlot meetbaar of snel samengevat in een grafiek. Ik droom van een beleid dat het desondanks aandurft. Dat de correcte balans opmaakt en inziet dat in crisistijden niets zo ‘essentieel’ is als datgene wat al weken als niet-essentieel wordt beschouwd: geestelijke gezondheidszorg. Het is een onmisbaar fundament van élke zichzelf respecterende samenleving.

 

NOOT: Deze bijdrage werd eind april geschreven. Mogelijk zijn de richtlijnen binnen de coronacrisis intussen bijgestuurd, maar dit doet geen afbreuk aan het pleidooi. 

Nieuwsarchief